Deportatiewet

De context van de deportatiewet: de versnelling van het repressieve migratiebeleid van de Europese Unie

De “terugkeerverordening” is in werkelijkheid een verordening voor deportaties. Ze vormt een aanvulling op het onmenselijke Europese migratiebeleid dat is ingevoerd door het Asiel- en Migratiepact van 2024. Het doel van de deportatieverordening is eenvoudig en duidelijk: mensen die door de EU als ongewenst worden beschouwd, verwijderen. Hun aantal wordt steeds groter door de maatregelen in het Asiel- en migratiepact.

1) Het asiel- en migratiepact

Het asiel- en migratiepact werd in 2024 door de Europese Unie aangenomen. Het heeft tot doel het recht op vrij verkeer en het asielrecht van vluchtelingen op Europees grondgebied te beperken. Dit pact luidt het begin in van een nieuw, onheilspellend tijdperk van digitaal toezicht. Het versterkt de digitale infrastructuur van een Europees grensregime dat gebaseerd is op de criminalisering en onderdrukking van migranten en slachtoffers van rassendiscriminatie.

Concreet wil men met de goedkeuring van dit pact verschillende zaken beinvloeden:

1)    Asielaanvragen zullen direct aan de buitengrenzen van Europa worden behandeld. Het risico bestaat dat het recht op asiel aan de grenzen wordt geweigerd en dat er minder waarborgen zijn voor asielzoekers. Er zullen ook versnelde asielprocedures aan de grenzen worden ingevoerd voor: personen uit landen met een laag percentage toekenningen van asiel, personen die onvolledige informatie aan de autoriteiten zouden hebben verstrekt, en personen die als een veiligheidsrisico worden beschouwd. Dit zijn zeer vage termen die ertoe kunnen leiden dat steeds meer mensen in een versnelde asielprocedure terechtkomen.

2) De detentie van vluchtelingen en de uitzetting naar derde landen zal worden veralgemeend. Dit geldt bij afwijzing van het asielrecht, maar ook tijdens het wachten op een beslissing over hun asielaanvraag.

3) Een automatische registratie en verplichte verzameling van biometrische gegevens bij aankomst aan een buitengrens van de EU, en dit vanaf de leeftijd van 6 jaar. Al deze identiteitsgegevens, waaronder ook elementen afkomstig van een “veiligheidscontrole”, zullen op grote schaal worden gedeeld tussen de verschillende lidstaten en de instellingen voor ordehandhaving en migratie (Frontex) via de gemeenschappelijke database “Eurodac”.

Het asiel- en migratiepact is er dus op gericht het asielrecht voor een steeds groter aantal vluchtelingen feitelijk af te schaffen. Het stelt detentie, bewaking en criminalisering van vluchtelingen centraal in de asielprocedures. Bovendien geven de talrijke richtlijnen en verordeningen van het pact de Europese politiediensten meer bevoegdheden en middelen, en breiden ze ook het digitale toezicht en raciale profilering uit.

Ten slotte zal het asiel- en migratiepact alleen effectief zijn als het gepaard gaat met massale detentie en uitzetting van mensen wier recht op asiel en vrij verkeer door de nieuwe wetgeving wordt ontzegd. Hier doet de deportatiewet zijn intrede.

2) De deportatiewet

De « terugkeerverordening »is in feite een verordening inzake uitzettingen. Ze reduceert mensen tot louter uitzettingsdossiers, in plaats van tot mensen met rechten en waardigheid. De lidstaten van de EU zullen waarschijnlijk eind juni 2026 deze verordening stemmen. Dit voorstel breidt de maatregelen inzake uitzetting, detentie en de digitale bewakingsinfrastructuur van de EU drastisch uit. Het legitimeert raciale profilering en moedigt de staten aan om migranten (en iedereen die als zodanig wordt beschouwd) te vervolgen.

  1. Deportatie: Oprichting van deportatiecentra in derde landen buiten de EU. Deze detentiecentra worden officieel « terugkeerhubs“ genoemd. Bovendien zal het „verbindingscriterium“, een van de criteria die bepalen of iemand naar een land kan worden gestuurd, worden herzien. Hierdoor zal het mogelijk worden om een persoon uit te wijzen naar landen waarmee hij of zij geen enkele band heeft. Het feit dat iemand er doorheen is gereisd of dat er een bilaterale overeenkomst bestaat tussen het land van uitzetting en de EU, volstaat namelijk om een uitzettingsbestemming te rechtvaardigen.
  2. Detentie : Een gedwongen terugkeerprocedure voor personen die alle juridische wegen om internationale bescherming te verkrijgen hebben uitgeput en het bevel hebben gekregen het grondgebied te verlaten. De lidstaten zouden huisbezoeken kunnen invoeren, evenals strengere sancties voor afgewezen asielzoekers die weigeren het grondgebied van de EU te verlaten:  inbeslagname van identiteitsdocumenten, detentie – ook van gezinnen met kinderen – tot twee jaar (voorheen 18 maanden) of inreisverboden die worden verlengd tot tien jaar (tegenover vijf jaar nu), of zelfs twintig jaar. De redenen die detentie rechtvaardigen, zijn in zeer vage bewoordingen uitgebreid. Het ontbreken van een woonadres is bijvoorbeeld voldoende om opsluiting te rechtvaardigen.
  3. Toezicht en criminalisering : De terugkeerverordening breidt het digitale toezicht uit en schendt de normen voor gegevensbescherming van vluchtelingen. De terugkeerverordening maakt de invoering van een Europese terugkeerbeslissing mogelijk. Deze terugkeerbeslissing zal voor alle lidstaten gelden en via de EU-databanken worden gedeeld. Een terugkeerbesluit in een lidstaat zal voortaan in alle lidstaten geldig zijn. Op lange termijn is het de bedoeling dat de uitvoering van deze besluiten door alle lidstaten verplicht wordt gesteld. Een lidstaat zal dus het besluit van een andere lidstaat moeten uitvoeren zonder een nieuwe procedure te starten. Dit Europese terugkeerbesluit vormt een aanvulling op de digitale monitoring van migranten, die gevoelige persoonsgegevens (gezondheid, familie, strafblad, enz.) en biometrische gegevens omvat die reeds zijn verzameld in het kader van het Asiel- en Migratiepact. Deze informatie zal ook worden gedeeld met de derde landen waarnaar de vluchtelingen zullen worden uitgezet.

De omvang van de werkzaamheden die nodig zijn om deze verordening in te voeren, zal aanzienlijke financiële en personele middelen vergen.

Dit betekent duidelijk een nieuwe grootschalige bezuiniging op overheidsmiddelen voor sociale voorzieningen, maatschappelijke programma’s en klimaat- en milieu-initiatieven.  Opnieuw investeert het EU-beleid in beveiligings-, technologie- en wapenbedrijven om de “fort Europa” te versterken, ten gunste van particuliere belangen en ten koste van de hele samenleving.

In plaats daarvan zouden de aanzienlijke middelen die worden toegewezen aan bewakingstechnologieën, de bouw van offshore detentiecentra, uitzettingen en de militarisering van de ordestrijdkrachten en de grenzen, moeten worden geheroriënteerd naar het heropenen en verbeteren

van reguliere toegangsroutes, alternatieve routes zoals gezinshereniging, investeringen in opvangcentra, sociale diensten, en het economisch en ecologisch welzijn voor iedereen.

Meer weten